De vrachtwagen (deel I)

De vrachtwagen (deel I)

Zweetdruppels lopen in straaltjes langs mijn voorhoofd terwijl de zon weerkaatst op het afgebrokkelde en gescheurde asfalt voor mij. Het slingert zich als een grijze witte massa door het landschap dat voor mij ligt. De hitte van de zon zorgt voor luchttrillingen die de ver gestrekte uitzichten zo nu en dan troebel maken. Mijn volgestouwde backpack ligt zwijgend tegen een half vervallen rots muurtje, horende bij de omheining van een klein vervallen huisje dat ten mitst van de rauwe werkelijkheid en leegte staat. Het lijkt nu ter meer dat de natuurlijke krachten er alles aan doen deze plek minder leefbaar te maken.

In de verte hoor ik het gedreun van zware banden op half versleten asfalt. Een vrachtwagen komt langzaam in het zicht, achter zich aanslepend een lange wolk van opzwepend zand. Een nervositeit ontpopt zich als een pasgeboren vlinder in mij. De druppels zweet lopen in banen over mijn voorhoofd, langs mijn neus, en op de bruine grond naast mijn vertrouwde boots. Mijn handen bewegen zich door mijn overwoekerde ongewassen haren als een teken van onderdrukte spanning. Het zware gedonder van de dichterbij komende truck wordt luider. Ik zie de kleurrijke versierde beplating van de wagen, de patronen en sierlijke vormen, ingekleurd met felle tinten van oranje, geel, en blauw, alsof er uiting gegeven is aan de pracht en praal van het universum. Het voertuig is nu zo dichtbij gekomen dat het diepe gegrom van de diesel motor weerkaatst op het asfalt. Zwarte rookpluimen komen uit de uitlaat boven de cabine met elke opzwengeling van het interne beest. ‘Het is nu of nooit’ gaat er door mij heen. Een tweestrijd barst los tussen conflicterende belangen en gevoelens. In een niet vloeiende lijn komt mijn hand omhoog, met duim uitgestoken, heen en weer wiegende om de aandacht te trekken van de naderende truck. In eerste instantie lijkt het kleurrijke gevaarte geen aanstalten te maken maar zich hongerig te goed te doen aan het gloeiende asfalt dat zich, zover het oog kan zien, slingerend door het dal beweegt. Dan toch stokt de as-zwarte wolk die uit de glimmende pijp bovenop komt. De remmen piepen.

Ik voel ongecontroleerde trillingen in mijn handen en benen zich meester van mij maken. Geruststellingen en schietgebedjes vliegen door mijn hoofd. Vlak voor mij komt het gevaarte met een schok tot stilstand. Mijn oren vullen zich met het zware gedreun van de motor dichtbij. Achter het voorruit zie ik donkerbruin strak gezicht met priemende ogen als een havik mij aankijken. Vlagen van angst schieten omhoog naar mijn keel, terwijl nog geen seconde later alles bruin voor mijn ogen wordt. De stofwolken wervelen om mij heen, zich al trekkend en duwend te goed doen aan mijn kleren. Het stof kom langzaam tot bedaring en dwarrelt neer op het asfalt. De portier voor mij opent zich. Ik stap opzij en met bokkend hart kijk ik omhoog in het gezicht van de man. Zijn strakke mond heeft plaats gemaakt voor iets wat lijkt op een voorzichtige lach en in zijn ogen valt ook iets van nieuwgierigheid te lezen. “Are you going to Tabo, sir?” vraag ik uiterst vriendelijk. Hij knikt kort en gebaart om de truck in te stappen. “Oke, oke, great” weet ik uit te brengen terwijl ik mij omdraai en mijn zware backpack in mijn handen optil. Ik voel dat de levensvreugde en enthousiasme door mij heen begint te stromen en langzaam de angst wegspoelt uit mijn systeem, terwijl ik hoog boven mij mijn rugzak de cabin in werk. Zelf klauter ik er ijverig achteraan, terwijl de geur van wierrook en zweet mij tegemoet komt.

Verbaasd kijk ik om mij heen als ik het rijk versierde en gekleurde interieur daadwerkelijk in mij opneem. Mijn tas is achterin beland op een groot fel gekleurd zitvlak. Random is de achterwand vol gehangen met posters van Shiva en Ganesh. Voorin, in het midden van het dashboard, staat een klein altaar waar rijkelijk de rook van wierrook omhoog komt. Kleine offers en beeldjes omringen het altaar. Gekleurde banners en vlaggen hangen kriskras door de cabine alsof de chauffeur deze dag als zijn verjaardag heeft gekozen. Hij merkt mijn verwondering en een glimlach verschijnt op zijn gezicht. “Good” zegt hij terwijl hij zijn duim opsteekt. Ik knik langzaam mijn hoofd terwijl de uitgelaten omgeving langzaam binnenkomt. De chauffeur wijst op de geopende deur. Ik begrijp wat hij bedoelt en met een flinke krachtsinspanning zwaait de deur luid dicht. Het gegrom van de motor zwengelt aan en met een schok komt het gevaarte in beweging. De hete lucht begint door de geopende ramen overvloedig de ruimte binnen te stromen. Het landschap, met de slingerende weg langs de rivier, ingeklemd tussen twee bergketens zet zich langzaam in beweging.

Comments are closed.