De storm

De storm

Onstuimige hoge golven slaan met kracht tegen de dijk van het innerlijke bewustzijn. Het land achter de stevige gegronde muur lijkt te worden overspoelt door diepe lagen van onbegeerlijke emoties, die maar wat graag alles in hun weg willen overspoelen. Het kraakt, het beweegt, het kreunt. De rotsen op de dijk worden opgestuwd en neergesmeten met onuitputtende krachten. De wachter op dijk, in als zijn haast zijn lichtbaken vergeten, staat te beven van angst voor het ongeziene. Hij krijgt geen klank uit zijn bijna verstikte mond. Zijn kaken geheel verstijft van angst. Hij mag geen fouten maken. Bang voor de scherpe veroordelingen van zijn beruchte opzichter.

Met luid kabaal breekt in een flits, recht voor de neus van de plichtsgetrouwe wachter, de dijk van de innerlijke ziel open. De waterstroom aan emoties dondert naar beneden en overspoelt het innerlijke land achter zich. In een mum van tijd wijkt het gat groter en groter en worden de eerste huizen al meegesleurd met de niet te houden stroom aan emoties. Alles lijkt kapot te gaan, alles lijkt hopeloos, er valt niets meer te reden.

De storm gaat liggen. De golven van het innerlijke gevoel bedaren. Het water zakt en de grond wordt weer zichtbaar. De vogels stijgen weer op en fluiten hun mooiste lied. De schade wordt met compassie en liefde bekeken. Langzaam begint het herstel. De stormvloed laat een vruchtbare laag achter, rijp om in gezaaid te worden. De wachter op de dijk kijkt zichtbaar toe. Zijn wijsheid is aangesterkt. Hij weet waar hij op moet letten. Hij zal er staan, in weer en wind. Vol vertrouwen want dat is zijn missie, dat is waarvoor hij gekomen is.

Comments are closed.