Hand

Hand

Voorzichtig gaat de witte deur, bekleed met grote zwarte cijfers ’13’, open. Het gerimpelde gezicht van een oude vrouw wordt zichtbaar tegen de half verduisterde ruimte achter haar. Haar pupillen zijn grote ronde zwarte schijven geworden die nog verdwaasd om zich heen kijken. Ze schuifelt de steriel witte met led verlichte wachtkamer van het oog ziekenhuis in. Aan een van de simpele met gelamineerd hout beklede tafels, staat een oude man op. Zijn kaki bruine stoffen broek hangt losjes en verkreukeld om zijn been. De kraag van zijn blouse steekt vier uit boven zijn blauw gestreepte gebreide trui dat zich netjes om zijn bollende buik vouwt. Zijn gezicht is bedekt met rimpels uit het verleden, zijn ogen vol van herinneringen uit zijn lange leven.

Ze raken elkaar aan; staan dichtjes bij elkaar als tieners die elkaar nauwelijks durven aan te raken. Zachtjes vertelt de vrouw wat er gebeurd is, wat er komen gaat, wat de toekomst te bieden heeft. Steun zoekend pakt de vrouw de knoestige hand van haar man. Een zucht van opluchting stroomt door haar heen. De 50 jaar oude liefde en toewijding is voelbaar in de cocon die de twee geschapen heeft. Voorzicht schuifelt het echtpaar, innig hand vasthoudend, de wachtkamer uit, opzoek naar een weg naar buiten.

Comments are closed.